15000 voor Christus.

  • Gepubliceerd in 0-1900

De Haulerpoel toont aan dat er 15000 voor Chr. al mensen op de Haule woonden.

Waar de buizerd jaagt en het korhoen roept. Ulo-onderwijzer P.Houtsma uit Waskemeer ontdekte de steentijdculturen bij Haule. Welke schatten verbergt de zandrug bij de Haulerpoel nog?

Het bericht, dat wij in ons blad betreffende het vinden van steentijdculturen aan de Haulerpoel lanceerden, heeft blijkbaar ook de belangstelling getrokken van velen, die op het terrein van de voorhistorie onbekend zijn. Alleen zo is het tenminste te verklaren, dat Zondag verscheidene auto's door het zand zijn gebaggerd van de reed, die bij Haule naar het terrein leidt waar de vondsten gedaan zijn en de Heidemij. een legertje arbeiders laat worstelen met „poerminne groun", zoals een der grondwerkers het uitdrukte.
Wie een soort Fries Pompeji verwacht mocht hebben in de wildernis van veen, zand en heide tussen Haulerwijk en de weg van Donkerbroek naar Haule, heeft een grote teleurstelling beleefd. Want eigenlijk is er in het terrein zelf weinig of niets te zien, althans voor wie naar „oudheden" speurt. Maar natuurschoon is er genoeg en in ieder geval laat zich zelfs nu, in de zomer, de oorspronkelijke situatie duidelijk waarnemen: een grote kom des winters een plas waar het water een meter hoog staat  met aan de Noordkant een hoge zandrug, die bij Veenhuizen begint en via het Blauwe bos zich voortzet in Westelijke richting en de steentijdmensen tot een weg diende door de moerassen.
afgraving                                                          

                                                            De plaats bij de Haulerpoel, waar de opgravingen zijn gedaan.        

Dwars door dit met heide begroeide terrein loopt een in de oorlog aangelegde brandsingel en in de hier bloot gekomen grond vond de heer P. Houtsma onderwijzer aan de U.L.0.-school te Haulerwijk en amateur-oudheidkundige, enkele jaren geleden stenen werktuigjes, die zijn aandacht trokken en die hem deden besluiten, prof. Van Giffen met de vondsten in kennis te stellen. Het vorig jaar zijn toen onder leiding van dr. A. Bohmers, conservator van het Biologisch-archeologisch instituut te Groningen, gravingen gedaan, die de meest belangrijke resultaten opleverden.                                                                

Gytja, 'n grondsoort uit de IJstijd
De werktuigjes, die er in groot aantal werden gevonden, behoorden tot het Palaeolithicum, de oude steentyd, en dateerden uit omstreeks 15000 voor Chr. Nu zijn ook elders in onze Wouden wel palacolithische vondsten gedaan (al blijven ze altijd zeer belangrijk), maar in Haule  zo vertelde de heer Houtsma ons  bleek het mogelijk ze juist te dateren. Een onderzoek van dr. Waterbolk toonde n.l. in de poel de aanwezigheid aan van een in de Ijstijd gevormde grondsoort, de z.g. gytja (Deens, uitspr.: jutja), een vettige bruinachtige grond. In deze grond werden in min of meer versteende vorm stuifmeelkorrels aangetroffen en wel in de onmiddellijke nabijheid van de vondsten, die op de oever van de plas lagen. Door het onderzoek van deze korrels (de pollen-analyse) kon worden nagegaan, welke planten hier groeiden in de oude steentijd, toen het klimaat en het landschap zo sterk verschilden van thans en een toendra met grasachtige gewassen de bodem bedekte. Het onderzoek van dr. Waterbolk is nog niet gepubliceerd, evenmin als trouwens de resultaten van dr. Bohmers. Toch kan al worden meegedeeld, dat de opgravingen op een betrekkelijk kleine oppervlakte behalve de vondsten van de rendier jagers van omstreeks 15000 voor Chr. ook belangrijk materiaal aan het licht brachten uit een jongere periode, de middelste fase van het Tardenoisien, een van de vier tijdperken van het Mesolithicum. de middensteentijd, waarvoor men als grenzen aangeeft 8000 tot 3000 voor Chr.
De mensen in die tijd leefden van de jacht en van de vruchten en zaden, die zij in het wild vonden. Hun voornaamste voedsel was het vlees van herten, elanden en oerossen, maar zij legden zich ook op de visvangst toe. De oudste vishaken, die wij kennen, zijn uit die tijd en het zijn zeer kleine stenen instrumentjes, die als weerhaken dienst deden.microlithen


Deze „microlithen" zijn nu bij Haule bij tienduizenden gevonden en door de aanwezigheid van de gytja was het mogelijk in plaats van ze globaal te dateren (tussen het einde van de jongste of Würm-ijstijd en de hunebeddentijd) als de tijd van hun vervaardiging aan te geven: omstreeks 5000 jaar voor Chr.


                                                                                                                           

 

                                                                                                                                 Microlithen                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 

Haulerpoel

 

 

 

 

 

 

 

  

Hutkommen en haarden


Bovendien ontdekte dr. Bohmers de hutten van deze vissers van 7000 jaar geleden als verkleuringen in de bodem; ondiepe ronde kuilen van 1.75 meter middellijn. Stellig hadden zij oorspronkelijk een grotere diepte, maar het afgraven van het hoogveen heeft bij Haule de situatie gewijzigd. In Een, waar — zoals de heer Houtsma ons vertelde kortgeleden ook vondsten uit het Tardenoisien werden gedaan, zijn dergelijke kommen met een diepte van 85 cm. gevonden.
Blijkbaar werd over deze kuilen een tentdak van takken gebouwd, terwijl tussen de hutkommen talrijke houtskoolplekken werden aangetroffen; de overblijfselen van haardjes en vuren, die vanwege het brandgevaar blijkbaar buiten de hut waren aangelegd. Deze vondsten enig in Europa maken het terrein bij de poel tot een belangrijk gebied voor de wetenschap. De opgravingen zijn nog lang niet voltooid en de geleerden verwachten van Haule nog veel. Bovendien willen zij een gedeelte van het terrein in onvergraven toestand aan het nageslacht overlaten dat wellicht over fijnere methoden beschikt en daardoor nog meer geheimen aan de bodem zal kunnen ontfutselen ongetwijfeld een nobele opvatting.
Een vereiste is natuurlijk, dat de „ontginning" die bezig is dit woeste terrein waar de adders zich zonnen, de buizerd' cirkelt, de bergeend broedt en de korhanen baltsen, wordt stopgezet. Voor wei- en bouwland deugt deze inferieure grond toch niet en boompjesplanten kan ook wel op andere plaatsen. De barre naakte zandwoestijn, die zich nu door middel van spaden en kruiwagens in de richting van het prehistorische terrein beweegt, lijkt ons geen geschikt pleidooi om deze 20 ha. „woeste grond met mogelijke schatten aan duizenden jaren oude beschavingen tot moderne cultuursteppe te maken! 

 

Bron:Leeuwarder courant. 1951

Laatst aangepast opzondag 22 maart 2015 18:47

Laat een reactie achter

Zorg ervoor dat alle vereiste gegevens ingevuld zijn, aangeduid met een asterisk (*). HTML code is niet toegestaan.