Kasteleins

Cafés en hun eigenaren.

1 Zwetteweg 16, Stille kroegen.
2 Zwetteweg 77
3 Koumansburg
4 Dorpsstraat 61
5 Dorpsstraat 64
6 Zwetteweg 33
7 Blauwe bos Kokshiem

Haule heeft in de loop der jaren meerdere cafés bezeten, vóór 1900 had je de z. g. n. gelagkamer cafés. Dat was meestal een boerderij met een kamer waar men drank schonk aan voorbijgangers. Deze consumpties moesten ook betaald worden, hier komt dan ook de uitdrukking “Het gelag betalen” vandaan.

Stille kroegen

Bij de gemeente moest men ingescheven staan als verlofhouder. In dit verlofhoudersregister stond precies vermeld waar in het pand de gelagkamer zich bevond en hoeveel oppervlakte deze kamer bevatte. Maar ook waren er de z.g.n. “Stille kroegen”.  Één daarvan was Zwetteweg 16, “Oude Sapke” had hier een stille kroeg. Later had Durk Legendal er een winkel met allerlei winkelwaren. Ook was er één in de Weperpolder bij het verlaat (sluis) bij de Fennevaart in het “Verlaathuisje”. waar de sluiswachter woonde.

Met dank aan Poppe Jansma voor het vele onderzoekswerk dat hij heeft gedaan en het beschikbaar te willen stellen aan de Historische Vereniging Haule.

Het Felaathûske yn ‘e Weperpolder.

( De herberg, het sluisje en de dokter)

Op 31 juli 1852 komt er een overeenkomst tot stand tussen de Compagnons en de eigenaren van het “Weperveen”. Die eigenaren-het waren er 43- zijn in hoofdzaak leden van de families Koops, van Weperen, van Rozen en Russchen.

Die overeenkomst heeft betrekking op “samenstelling van eenen polder uit hunnen tegen elkander liggende gronden onder de dorpen Haule en Oosterwolde”.

Op 7 oktober 1852 werd toestemming verkregen van de Gedeputeerde Staten, dat in de Haulerpolder ( vanaf plusminus 1923 spreekt men over de Weperpolder) een vallaat met woning zou worden gebouwd.

En op 9 november 1852 vindt in Oosterwolde in het logement de Gouden Klok de publieke
aanbesteding plaats van een achtkante windwatermolen bij de Haulerzet met een molenaarswoning en een bouwwerk omvattende een schutsluis met schutkolk met een sluiswachterswoning.

De bedoelde sluis, het z.g. Haulerverlaat werd gebouwd ten behoeve van de vervening van de in de Hauler – Weperpolder gelegen gronden én om de stand van het water op het juiste peil te brengen. In de Weperpolder was dit wel een meter lager dan het nabij gelegen Drentse waterpeil.

Restanten schutsluis Weperpolder (foto archief gemeente)

Ook deed de sluiswachterswoning dienst als herberg.De veenbazen betaalden er hun loon uit aan de veenarbeidersOok de schippers kwamen er geregeld: de turf moest immers worden afgevoerd.Een van de eerste bewoners van deze herberg was de familie Hoekstra: volgens de heer J.M. Hoekstra is zijn vader daar geboren in 1861.Na de familie Hoekstra heeft Tjamme Rooks er nog een aantal jaren gewoond en was dus ook sluiswachter.Hendrik Westerhof kon zich nog herinneren dat over dat sluisje een bruggetje lag. “Doe wy nei skoalle op ‘e Haule moasten, hat ús heit een reling by it brêchje lâns spikere, om ’t hy benaud wie, dat wy yn it slúske fytse soene”.Ook herinnerde Westerhof zich, dat de vrouw van de sluiswachter ook een functie had.Ze was een “wonderdokter” en behandelde de zieken met kruiden.

Kaart Hauler-en Weperpolder met sluis en molens

Vanaf Oosterwolde via de Rendijk naar de Rolpaal, stond aan de rechterkant van de reed, de herberg en aan de linkerkant een schuurtje voor opslag.

It boerd.

Jûns wanneer ’t nog ljocht wie, hie ús mem sa no en dan de rite, dat se der nog eefkes út woe.
Dat gong te foet, faak lâns de wyk of ’t lân yn . En se fertelde ús dan wat der te hearren en te sjen wie.
Sa ek op dy neisimmerjûn nei ’t brea iten.
Ús heit hie ’t lân ploege, ’t lân dêre de slûswachterswenning/ de herberg en ’t skuorke stûn hie.
’t Wie een ien en al modder, mar ús mem woe der hinne. Doe’t wy op it plak kamen sei se: “ En no sykje, , sjen of we nog wat fyne kinne, wat út ’t kroegje kaam is”.
En ja hear, al gau fûnen wy een stik fan een wandboerd, mei derop een gedeelte van een tekst. Fierder sykje dus! Yn de modder krekt salang, dat ’t hiele boerd kompleet wie.
Thús….de brut ûnder de pomp ófspiele en de skerven oan elkoar passe.
En doe koenen we tekst hielendal lêze, de tekst wie: Mensens lot komt van God
“Oh”, …sei ús mem doe’t se dat seag.
Folle letter had se boerd foartsmyten, omdat it sa gammel wie en nog letter hie se dêre spyt fan

Vertaling; “It boerd”.

(Hielkje Westerhof)

Scherf en bord van verpleegden uit het gesticht.

Volgens Hendrik Westerhof gingen vroeger de landlopers en bedelaars, zodra ze uit het gesticht in Veenhuizen kwamen een borrel drinken in deze herberg. Daar was men dan onderhand wel aan toe.
En wanneer ze weer de vrijheid tegemoet traden, kregen ze een wandbord mee van dat Gesticht, als aandenken. Vaak met een moraliserende of stichtelijke tekst.
Waarschijnlijk is het bord in de herberg geruild voor een neut.
Na de vervening deed de sluis nauwelijks dienst meer, de woning werd afgebroken en een nieuw boerderijtje werd gebouwd ten noorden van de Fennevaart.
Nu kon de bewoner naast boer zijn, de sluis bedienen. Dat laatste werd dus een nevenfunctie.
De familie Bosma heeft nog op deze boerderij gewoond en ook de sluis bediend.
De sluis werd in 1939 een stuw en een sluiswachter was dus overbodig.
Het Felaathûske spreekt nog steeds tot de verbeelding van de bewoners van de Weperpolder!
Bij een optocht op de Haule wist de buurt van de Polder met hun versierde wagen weer in de prijzen te vallen….dit keer met een wagen welke het Felaathûske moest voorstellen.
Dit huisje is gemaakt zoals de mensen in de polder het zich in hun fantasie voorstelden: Er is tot nu toe geen enkele afbeelding bekend van de sluiswachterswoning /herberg!
Wel is hier in een gedeelte van de aanbesteding uit 1852 te lezen hoe de indeling was van deze woning.

Indeling verlaat huisje in bestek uit 1852

Foto van optocht Haule met als onderwerp het verlaathuisje.

Bronnen: De Gaaste en in het bijzonder Albert Oost, die de bruikbare informatie heeft verschaft.

Zwetteweg 7

Foppe Martens ten Hoor, geb. 5 maart 1802, overl. 13 oktober 1852 Haule, geh.25 mei 1828 te Ooststellingwerf met Leentje Melles Veenboer, geb. 2 november 1809 te Nuis.In 1837 koopt Foppe Martens ten Hoor, (Zwetteweg 7)  van erven Hendrik Jans Westra. Volgens Register Peilstaten (1849 t/m 2e kw.1850) had Foppe Martens ten Hoor hier al in 1849 een herberg.


Register peilstaat uit 1849 van Foppe Martens te Hoor

Na overlijden van haar man in 1852 was Leentje “winkeliersche en tapperse” tot haar dood. Zij en haar man hadden ook bijen. In 1852 verkocht zij deze bijen met bijbehorende korven en hokken. De gemiddelde opbrengst van een korf met bijen was f.4,00; een bijenhok f.3,00.
Leentje is overleden op 31 maart 1865 te Haule.

Register peilstaat uit 1849 van Foppe Martens te Hoor

Leentje is overleden op 31 maart 1865 te Haule. De boerderij inclusief winkel, herberg, erf en land was kadastraal bekend onder gem. Donkerbroek, sectie B, nrs. 2616, 2617 en 2618 en lag een paar honderd meter westwaarts van de huidige Kruisweg, nu Zwetteweg nr.7.

Op 14 december 1865 werd door de Erven van Marten Foppes ten Hoor o.a. ”eene huizinge en schuur, waarin thans herberg en winkel, met erf,  hof, tuin en bovengrond, aan den noordkant van de weg ten Haule”verkocht voor f.1250,00 aan Peebe Foppes ten Hoor, een zoon en één der erven.

Op 9 februari 1866 verkoopt Peebe Foppes ten Hoor het huis, schuur, herberg, winkel met erf, hof enz. voor f.1680,00 door aan Andries Olcherts Hartholt. 
1 augustus 1887 verkoopt wed. Aaltje Jacob Klooster van wijlen Andries Olcherts Hartholt, “winkeliersche” van beroep, de behuizing (Zwetteweg 7) waarin herberg met vergunning benevens winkel en wagenmakerij.
De koper is dan Jacob Ebele Hebers, wagenmaker en timmerman te Donkerbroek.

De koopsom bedraagt dan F 1525,00. Zover ik kan nagaan heeft Hebers hier geen herberg meer gehad wel een winkel blijkt uit onderstaand bericht uit 1914.

Hebers 1914

Koumansburg

Jan Jelles Haaisma

Jan Jelkes Haaisma. tapper te Koumansburg

Achter wat nu Koumansburg 2 is was een boerderij waar woonde. In de boerderij was een gelagkamer. Jagers kochten er snert en een borrel tijdens en na de jacht. Er werd ook tol geheven als de boeren naar de Norgermarkt gingen.

Koumansburg Jan Lammerts de Weerd
Op de foto v.l.n.r. Wiebe de Weerd, Martje de Weerd, Geertje de Weerd, Jan en Jannes de Weerd.

Dorpsstraat 61 Wilt Jan Russcher/n

Volgens een advertentie in de Provinciale Drentsche en Asser courant is er op woensdag 21 juli bij Russchen in 1858 een verkoop van veldvruchten in de herberg van  W.J. Russcher. Dit moet zijn Wilt Jan Russchen.
Deze herberg word verder op in dit artikel weer genoemd!

In 1896 was er een vechtpartij in de herberg Dorpsstraat 61 van W. Nonkens die dan eigenaar is. E. v. d. H. een 31 jarige arbeider uit Haulerwijk werd wegens wederkerige mishandeling veroordeeld tot een boete van f 10,-  of 5 dagen hechtenis. 

Nonkens is kastelein van 1884 t/m 1896 volgens de lijs met vergunninghouders.

In verband met het overlijden van Willem Willems Nonkes op 4 juni 1896, hij was weduwnaar van Geertje Hendriks Engberts, werd de herberg voor 3 jaar of langer te huur aangeboden. In 1897 wordt Hendrik Klazes Hofman  de kastelein op Dorpstraat 61

Ingaande november 1901 woonde Klaas Hellinga, gehuwd met Fetje Dokter op Haule nr.50.(Dorpsstraat 61) In 1903 staat hij te boek als tapper. Klaas Hellinga overleed op 16 december 1903 in Duitsland. Fetje overleed 2 juli 1906. Hellinga  had hier ook nog een bakkerij. Klaas kwam uit een kastelein’s gezin, zijn ouders hadden in Makkinga een café.

Deze Klaas Hellinga word in veel advertenties genoemd als verkooppunt van Draisma levertraan in die tijd een wondermiddel om gezond de winter door te komen. Ik denk dat velen van ons, s’avonds voor het slapen gaan wel een lepel van het goedje naar binnen hebben gewerkt en dan een lepel suiker er achteraan om de vieze smaak te verdrijven. In 1903 werd er een advertentie geplaatst, te huur keuterij waarin  herberg-winkel, groot 6’77 hectare, thans in gebruik bij K. Hellinga

Brand

Van 1903 tot 1908 is Hendrik Hof, kastelein op Dorpsstraat 61

In 1906 word in de herberg van Hof, 20 percelen nagras te koop aangeboden. Het jaar daarop 1907 worden er 6 percelen hooiland te huur aangeboden.

 Uit 1908 komt dit verhaal waar de herberg van Hof ook word genoemd. 

Haule.
Er zijn nog andere oorzaken dan brood nijd, die een jongmensch voor de vierschaar kunnen brengen, omdat hij op een zeker oogenblik zichzelf heeft vergeten en dingen heeft gedaan, die hem heel zijn verder leven zullen berouwen. Onder die ~andere” oorzaken staat vooraan koning Alcohol. Dat die den mensch ook tot erger dingen kan brengen, dan ’t vernielen van een enkele ruit, heeft Roelof van D. van Haulerwijk getoond. ’t Was 1 Maart, des avonds. Roelof bevond zich in de herberg van Hof te Haule. Onder zijn herberg-genooten zag hij een meisje en Roelof, die door overvloedig offeren aan Baccbus eenigszins in opgewonden stemming verkeerde, zwoer ten slotte een duren eed: hij wilde, hij zou, hij moest dat meisje aan zijn kloppend hart drukken, ten koste van wat ook. De herberg kwam uit” en oogenblikkelijk waagde Roelof zich naast zijn aangebedene, om haar in staam’lende klanken te vragen : mag ik … enz. Neen! ze kon wel zonder zijn geleide veilig thuis komen. En plotseling, men leest er meer van in romans naar het leven,” verkeerde zijn liefde in haat, haat tegen het wezen, dat zóó zijn liefde dorst versmaden. Hij greep ze vast en smeet ze in een droge sloot. Daar zag hij haar broer en natuurlijk was ’t ook diens schuld, dat hij zoo koud werd ontvangen door Trijntje. Die broer zou er ook van lusten. Roelof greep hem aan en wierp hem tegen den grond. Was ’t daar maar bij gebleven. Maar neen, nog was hij niet voldaan. Hij nam ’t mes en sneed Jan Ekhart in ’t been en op verschillende plaatsen door de kleren. Weer keerde hij zich naar Trijntje, die hij op nieuw in de sloot wierp, na haar eerst in de mouw te hebben gesneden. Nu was de stoute weigering van ’t meisje genoeg gewroken. Maar daarmee is voor Roelof de zaak niet afgeloopen. Rijksveldwachter Merk stelde een onderzoek in en maakte proces-verbaal op. Heden stond hij terecht. Hij wist er zelf weinig meer van; oorzaak van zijn onwetendheid: dronken geweest. Merk vertelde van hem dat hij vechtlustig van aard is, maar overigens goed bekend staand. De Off. hoopte, dat dit een les voor hem zou zijn, en hij in ’t vervolg zijn lust tot vechten zou bedwingen. Eisch: 4 maanden gevang. 

1913 Is er tijdens het schoolfeest muziek en dans. 

Op 12 mei 1907 komt deze herberg te koop. De herberg word gekocht door Wijtze Mulder. 
 In 1914 breekt er brand uit doordat een lamp omver werd gestoten bij een vechtpartij waar wel 20 personen met stoelen gooiden. De herberg van Wijtze Mulder blijkt meerdere malen een plaats waar gevochten wordt bij het nuttigen van het alcoholische.

In 1921 komt de Herberg te koop en word verkocht aan Barteld Russchen voor f 7169,- Barteld sluit het café, in de notulen van plaatselijk belang word dan aan B en W een verzoek ingediend om na 1 mei 1921 één der lokalen van de school te mogen gebruiken, daar er na die datum geen cafë meer op de Haule zal bestaan. Ook worden de vergaderingen dan bij meester Mussert thuis gehouden.

in 1931 breekt er brand uit bij Barteld Russchen en het hele pand is verloren gegaan, er word een nieuwe boerderij ( Dorpsstraat 61 ) gebouwd maar een herberg kwam er niet meer in. De stookhut van de afgebrande herberg-boerderij heeft er nog jaren gestaan. Van de oude boerderij is helaas geen foto beschikbaar.

Dorpsstraat 64 Café Bergsma

16 maart 1922 Het bestuur van Plaatselijk belang heeft de edelachtbaren  B en W verzocht, dat de vereniging Dorpbelang en de heer J. G. Bergsma bekend zullen maken met het oordeel der bevolking van Haule over het te stichten café.

Besloten word de heer Bergsma te verzoeken in de bestuursvergadering op zaterdag 18 maart te 7 uur ten huize van de heer Mussert te verschijnen.  

Verslag Plaatselijk Belang 16 maart 1922.

16 maart 1922 Op deze bestuursvergadering legt de heer Jan Gosses Bergsma die een café alhier wil laten bouwen, uit waarom hij geen groter koffiehuis kan laten zetten.
Hij heeft f1500.- beschikbaar en kan f1500.- hypotheek krijgen.     

 Besloten word om pogingen in het werk te stellen om een hypotheek van f 2500,-  bij notaris Camminga of R. Zijlsta los te krijgen, zodat er een behoorlijk gebouw kan worden gesticht.  

Het café is er gekomen en staat er nog steeds. Het is in de loop der jaren vaak van eigenaar  gewisseld. Hierna worden deze allemaal genoemd.

Café Bergsma in 1923

.Op het volgende afbeelding is te zien dat het een drukbezet café was in die jaren.
Er was nogal verloop in de eigenaren van dit cafë

Gosse Jan Bergsma
Anne Lingsma

Om te beginnen met Gosse Jan Bergsma hij bezat het café Bergsma van 10 april 1922 tot 19 maart 1929. Het café werd door alle verenigingen gebruikt voor vergaderingen en uitvoeringen

Van 19 maart 1929 tot 17 februari 1936 was Anne Lingsma de eigenaar. Anne Lingsma was ook lid van de Geheelonthouders Vereniging in Donkerbroek,(mannelijk persoon zittend eerste van links) wel een vreemde combinatie dus. Het werd toen café “De Veehandel”genoemd. In 1930 was er weer een school-volksfeest waar ook een draaimolen en hoogstwaarschijnlijk een zweefmolen aanwezig was van de firma Akkerman. 

Foppe Terpstra
Jitze Terpstra

Foppe Terpstra was huurboer op de Hermienahoeve, Tonckenweg 7 en zag wel brood in de kroeg op Dorpsstraat 64. Hij heeft toen de kroeg gehuurd van Lingsma en deze later gekocht. De Hermienahoeve gebouwd in 1915, waarvan de eigenaar Fockema Andrea was, is toen verhuurd aan Hendrik van Dalen die toen de boerderij verkocht is naar Dorpsstraat 6 is verhuist.Van 17 februari 1936 tot 5 maart 1946 was Foppe Terpstra eigenaarvan het café en werd het café Terpstra. Hij had naast het café nog een hengsten houderij waar men paarden ter dekking kon brengen kosten F.11,00 per dekbeurt en moetst de hengst langs komen dan was het f.12,50

5 maart 1946 werd de zoon Jitze Terpstra de cafébaas. Jitze huwde Jantje Dijk, dochter van café Dijk uit Hoornsterzwaag , zij was dus met het kroeg leven bekend. De vergunning werd aangevraagd 5 maart 1946, en verleend op 25 maart 1946. Verlof A. betrof een gelagkamer van 41,40m2.

Jitze huurde ook 7 bunder land in de “polder” hier ging hij 2 maals daags heen te melken.
De melk vervoerde hij in 2 bussen die aan de fiets hingen en de zeef en emmer werden in de Tjonger schoon gespoeld.
Jitze liet ook nog een varkenshok bij de kroeg bouwen, om varkens te mesten, om zo wat meer inkomen te verwerven.Werd er gekorfbald, dan zorgde Terpstra voor de thee in de rust.Na het korfballen moest de spelers gelegenheid hebben om zich te wassen, dit gebeurde dan in de kroeg. De vrouwen wasten zich op het toneel, waar dan een tobbe met warm water stond en de mannen in het achterhuis bij de pomp.

Bij school en volks feesten werd er vaak een grote tent naast de kroeg geplaatst voor de feestvierders, later stond deze op het “sportveld” achter de school

.In…..?…nemen Joop en Joke Nust het café over van Jitze en Jantje Terpstra. Het café word omgedoopt tot “t Olde Nust”. Joop kwam uit de polder en was daar boer op een boerderij van de kerk.

Wordt vervolgd.

Zwetteweg 33 1882 Eise Jans Bandringa 

Boerderij-herberg Zwetteweg 33 Eise Jans Bandringa 1882

1882 Eise Jans Bandringa is dan genoteerd als vergunning houder op dit adres. Hieronder de vergunningslijst uit 1882 waar Bandringa in word vermeld.

Vergunningsregister met Eise jans Bandringa uit 1882

Blauwe bos Kokshiem Lambertus Kok 

Kokshiem met DKW van Pieter Tiesinga

Dit is dan de uitspanning “Kokshiem” te midden van de Blauwe Bossen. Lambertus Kok woonde hier en heeft in 1930 veel bos aangeplant.

Indertijd stond dit artikel in de krant.
Lambertus Kok bezit een fraai complex bos van zeventien hectare en in het midden daarvan heeft hij indertijd een heel bijzonder huis laten bouwen. “Kokshiem”.
Hij heeft grote plannen en met de uitvoering daarvan is hij gedeeltelijk al bezig.
In afwachting overigens van de nodige vergunningen, die hij binnenkort hoopt te krijgen. Zijn huis is nu al een soort uitspanning, compleet met /verlof B, maar dat is volgens deze vitale 74-jarige nog maar een begin.
Een paar jaar geleden heeft hij een reis door Amerika gemaakt en daar bijzondere ideeën opgedaan, die hij in de Blauwe Bossen wil toepassen.
Hij heeft vorig jaar al een grote betonnen dansvloer laten leggen, en dit jaar wil hij met een restaurant en een hyper-modern cafetaria beginnen, geheel ingesteld op massa-recreatie.
Zijn zoon, de heer Piet Kok, probeert al enkele jaren vergunning te krijgen voor het aanleggen van een kampeeren caravanterrein, maar dat lukt tot nu toe niet. De gemeente wil de zaak kennelijk stevig in de hand houden in afwachting van de eigen plannen. En dat is onder de huidige omstandigheden waarschijnlijk ook wel het verstandigst.
Het huis is in 1970 afgebroken. Het echtpaar Kok is op een eigen grond begraven in het Blauwe bos.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *